nieuwsbrieven maart 2011 februari 2009

Nieuwsbrief maart 2011

Inleiding De Aziatische wereld schudt op zijn grondvesten. Wat een grote ramp en wat een desastreuze gevolgen. De kinderen van klas 5 waren er vol van, althans diegenen die het nieuws een beetje volgen. Huizen als luciferhoutjes, bussen die mee werden gesleurd, de kernreactor. Maar ook had een meisje gezien hoe een peuterjuf haar klasje had weten te redden. “waarom gaan mensen daar wonen als ze weten dat het zo gevaarlijk is?” Tja, ……zeg ik dan. “Juf, komt het vaak voor?” “Nee, al 140 jaar niet in zo ernstige mate.” De vraag is natuurlijk kun je er rekening mee houden dat zoiets gebeurt als de kans zo klein is? Ik vroeg terug: “waarom gaan mensen op of bij een vulkaan wonen?” “Omdat de grond vruchtbaar is natuurlijk,” antwoordden een aantal kinderen. “En het risico dan?” Dat neem je dan voor lief was de tendens van de antwoorden. Risico’s nemen, vruchtbare grond zoeken. De consequenties dragen. Wat een prachtige thema’s komen er zomaar voorbij. Thema’s die voor ons als leerkrachten ook spelen. En voor vele leerkrachten. “Durf ik het lesplan opzij te zetten en te gaan doen wat mijn hart, wat de kinderen, mij ingeven?” Durf ik tegen de algemeen heersende norm in te gaan? Durf ik de vruchtbare grond in een onrustig gebied te bewerken? We ontmoeten steeds meer mensen die iets anders willen, bij ons komen en dan zeggen: het kan dus wel….Onlangs een groep leerkrachten uit België die hun Vrije School gewurgd zagen worden door de inspectie.  Mensen die net als wij het congres over Duurzaam Leren volgden waren zeer belangstellend om te horen hoe vrij je kan zijn. Otto Scharmer sprak er over zijn Theory U. We zagen veel herkenningspunten in het volgen van een vernieuwend initiatief. Een groep sceptische leerkrachten van een nascholingscursus die achteraf zeiden: “jullie denken echt overal over na…” vol bewondering. Stagiaires komen en gaan enthousiast. Het risico van inslapen lijkt aanwezig, net zoals de Japanners, die niet voorzagen dat de dieselgeneratoren onder water kwamen te staan toen de stroom in de kerncentrale uit viel. Al het bezoek houdt ons wakker, met vragen, met opmerkingen. En zelf blijven we opzoek naar: wat is vernieuwend, wat werkt er nu echt, komt iedereen aan z’n trekken. Mijn dochter zei laatst tegen me, terwijl ze me paardrijles gaf:  “Als je paard niet reageert op je hulpen dan moet je eens gaan nadenken hoe je het dan gaat aanpakken.”  Iets anders gaan doen, een ander rondje, gewicht verplaatsen, andere houding, een tik met de zweep, iets zeggen….zoek alternatieven tot wat jij wilt gebeurt. Een wijze les van mijn 18-jarige. En zo is het met de kinderen ook. Je kan steeds harder hetzelfde roepen, het effect is meestal nihil. Een andere invalshoek kan wonderen doen.

WerfKlas
En wat gebeurt er zoal in en om de klas: Er worden heel veel hutten gebouwd. De rietkraag naast de school verandert langzaam in een straatje met allerlei geweldige bouwsels. Huizen voor 1 of meerdere personen. Met en zonder dak. Groot en klein. Kinderen van kleuter tot klas 5 zijn er veel mee bezig. Ter afwisseling mogen de grote jongens graag zwaardvechten met zelfgemaakte houten zwaarden.  We hebben drie bomen gekapt in de buurt. Onder leiding van een deskundige mochten de kinderen alles zelf doen. Zagen, omduwen, takken eraf, stam in handzame stukken, en op school tenslotte ook kloven. Rob, de deskundige zei: “Dat durf ik alleen met WerfKlas kinderen”  en dat was zo omdat zijn ervaring is dat onze kinderen zo goed luisteren en instructies kunnen opvolgen. En omdat ze oog hebben voor de veiligheid. Ook de kleuters hielpen mee! Een groot compliment. Op ons ‘plein’ ligt het nu vol takken en stammen. Regelmatig pakken kinderen de grote  2-persoons trekzaag of de kleine takkenzaag en zagen stukken van 50 centimeter. Sinds het begin van dit schooljaar hebben we wekelijks een puntenvergadering met de kinderen (verplicht voor klas 4-6) De zesdeklassers zitten voor en notuleren. Na een wat onwennige periode is de vergadering nu goed gestructureerd. Er is een bespreekpuntenlijst en een ideeëndoos. Er komen allerlei punten aan de orde: sociale omgang (hoe kom je zonder storen de klas binnen), praktische zaken:( ouders die op de trap zitten terwijl kinderen er langs willen), een omkeerdag door de kinderen georganiseerd, vragen over vaklessen (verkeer, techniek, werkstuk schrijven, Engels).  Het mooie is dat de kinderen zelf met oplossingen gaan komen. Wij ondersteunen ze vooral in hoe ze kunnen vergaderen en hoe een punt tot een wens kan worden geformuleerd. We leren ze dat er niet altijd meteen oplossingen zijn, dat zaken soms een tijdje moeten rusten. Soms zwakken we de sancties een beetje af, kinderen zijn best heel streng voor elkaar!

Leuke nieuwtjes Florien is begonnen met filmen! We hebben inmiddels ruim de helft van de benodigde gelden bij elkaar. Er waren zeer veel gulle gaven en ook een heleboel mensen die voor 25euro steunbijdrage alvast de nieuwe documentaire hebben gekocht. Wilt u daar ook bij horen? Voor minimaal 25 euro ontvangt u de documentaire als hij klaar is. Het geld kunt u storten op  rekening van de RSP (zie hieronder) ovv documentaire  WerfKlas.

Nieuwsbrief oktober 2010

Inleiding Voor u ligt alweer de 25e nieuwsbrief van de WerfKlas. Terwijl we in de krant hebben kunnen lezen dat ook de laatste Iederwijsschool gesloten is, blijkt ons dat er echt veel behoefte is aan ‘ander’ onderwijs. We krijgen bijna wekelijks wel een vraag van ouders of hun kind bij ons kan komen. Maar met 40 kinderen is het echt voller dan vol. Deze twee factoren zorgen er wel voor dat we ons regelmatig afvragen wat er specifiek was aan Iederwijs en wat er specifiek is aan de WerfKlas.  De vraag die ons bezighoudt is dan: Kan een kind werkelijk in alle vrijheid zelf aangeven en beslissen wat het wil leren? Of is er sturing nodig van iemand die weet wat er allemaal te koop is in de wereld en zo het kind de weg kan wijzen. Of is het kind afhankelijk? Wij zien kinderen die heel graag leren en ook uit zichzelf tot vragenkomen. We zien ook kinderen die weinig aardigheid hebben in leren lezen of leren rekenen. Die de situatie waarin die vaardigheden gevraagd worden ook gewoon vermijden.  Is het een kwestie van vertrouwen? Of is het een kwestie van pedagogische verwaarlozing als je afwacht wat een kind gaat doen? Het onderzoek wat de student onderwijskunde bij ons heeft gedaan liet zien dat kinderen in het vrij initiatief vooral dingen doen die ze al kunnen. Ze gaan grote moeilijkheden uit de weg.  Wij zien dat ze bijvoorbeeld al kunnen touwtje springen, maar dan wel steeds moeilijker vormen opzoeken. Of de groten leren het aan de kleintjes. Maar zelf komen ze niet op het idee om een tweede touw te pakken en in die twee tegelijk te gaan springen. Nieuwe bordspelletjes gaan ze vaak pas doen als wij ze geïntroduceerd hebben. En de zesde klas vroeg: Gaan we nog een werkstuk maken? “als jullie willen kan dat” was ons antwoord. “Maar jullie moeten wel zeggen dat het dan moet” zeiden de meisjes daarop. Kortom ze vragen naar een autoriteit die ze aanstuurt in iets dat ze toch eigenlijk wel zelf willen.

WerfKlas
Wat is er zoal gebeurd na mei? Er zijn kinderen van school gegaan en er zijn nieuwe kinderen gekomen. Vijf eersteklassers, één tweede klasser en een vijfde klasser. Vier kinderen uit onze eigen kleuterklas, de rest van andere scholen.  Maar voor de zomer speelden we eerst: Ronja de Roversdochter. Wat een succes Met veel plezier en inzet is er gerepeteerd. Het was een lang stuk met twee Ronja’s en twee Birken. Zij hadden enorme lappen tekst. Veel Zweedse liedjes hebben we gezongen. Decors gebouwd met behulp van een aantal fanatieke ouders. En we hadden prachtige kleding, ook door ouders bij elkaar gezocht en gemaakt. Kortom: het was echt af. Na afloop kregen de kinderen menig compliment! Ook van mensen die professioneel met kinderen theater maken.

Na de zomer zijn we dan begonnen met een record aantal kinderen. Een beetje spannend, hoe zou dat gaan. Onze stagiaires beginnen pas na de herfstvakantie. De eerste klassers kunnen nog niets echt zelf in het periode onderwijs. Daniëlle heeft de eerste vier weken peentjes gezweet in het rekenen met drie klassen, Annemarijke deed hetzelfde tijdens de taalperiode.  We zijn weer gaan smeden bij Erik Lemmens. Eén van de kinderen had bedacht om een WCrolhouder te smeden. En dat is gelukt! Elke klas heeft haar steentje er aan bijgedragen. Het is elke keer weer mooi om te zien wat het omgaan met vuur en ijzer aan de kinderen doet. Ernst, concentratie, naar binnen keren, verwondering, vreugde….

De week voor de traditionele oogstmarkt hadden we een projectweek ingepland. Dat was nieuw voor ons. De oogstmarkt was bedoeld voor Aynimundo, een project in Peru. Een vriend van ons werkt daar, voor Aynimundo, en hij vertelde deze zomer dat hij zich sterk wilde maken voor eenvoudige waterzuiveringfilters. Een persoonlijk project van hem. Dat sprak ons aan, behapbaar en uit te leggen aan de kinderen.  Om de kinderen een idee te geven van het leven in een arm land hadden we een aantal activiteiten bedacht: werken op het land, schoenen poetsen, loterijen organiseren. Warmolt mailde ons dat zij juist proberen om de kinderen te laten leren en spelen in plaats van te laten werken…… Maar goed, elke dag werkten er kinderen op Caetshage voor 4 soles per uur (het loon van een volwassene in Peru). Er werd sap geperst, veel gebakken en gekookt. De kinderen oefenden in het schoenenpoetsen. We pakten cadeautjes in voor loterijen en grabbelrok. Twee meisjes bereidden een spreekbeurt voor over Peru en twee meisjes hadden de redactie van een schoolkrant met betrekking tot deze week op zich genomen. Er werden dus ook stukjes geschreven voor in de schoolkrant. Elke ochtend kozen de kinderen wat ze die dag gingen doen. En natuurlijk zongen we een repertoire bij elkaar voor op de markt. Een zeer levendige week. We merkten hoe de betrokkenheid van de kinderen met de oogstmarkt toe nam. Ook achteraf kregen we daar nog veel over terug. Het was een mooie zaterdag. Er werd ruim 1300 euro opgehaald. Daarvan hebben 26 gezinnen straks schoon water in de sloppenwijken van Lima. Er waren gelukkig weer een aantal zeer actieve ouders. Met zoveel verschillende activiteiten krijgen wij het met z’n tweeën niet meer aangestuurd. En dat is dan de keerzijde van zoveel kinderen. Er is enerzijds veel diversiteit, anderzijds zijn er dan ook meer volwassenen nodig om dat te begeleiden. Onze stagiaires die kwamen kennismaken zeiden wel dat ze de kinderen zo zelfstandig vonden. Eén merkte op: ‘Jij zegt, ga maar een spelletje doen op de gang, en dan gaan ze het gewoon zitten doen…’ (In plaats van hele andere dingen).  En dat moet ook, wij vertrouwen er op dat de kinderen, ook als we ze niet in beeld hebben, toch aan het werk zijn. Dat lukt natuurlijk de ene keer meer dan de andere keer. En we merken ook dat nieuwe kinderen daar echt aan moeten wennen.  Het vraagt om met elkaar te zijn in plaats van tegen elkaar.

Leuke nieuwtjes
Florien is begonnen met filmen! We hebben inmiddels ruim de helft van de benodigde gelden bij elkaar. Er waren zeer veel gulle gaven en ook een heleboel mensen die voor 25euro steunbijdrage alvast de nieuwe documentaire hebben gekocht. Wilt u daar ook bij horen? Voor minimaal 25 euro ontvangt u de documentaire als hij klaar is. Het geld kunt u storten op  rekening van de RSP (zie hieronder) ovv documentaire  WerfKlas.

Van de Iona-stichting hebben we een bijdrage gekregen om de studie met Erna Trouw te kunnen financieren. We zijn bezig om onze uitgangspunten helder te verwoorden met haar hulp. Ook kunnen we dankzij hen 1 dag naar het congres ‘duurzaam leren’ in februari 2011.

En binnenkort verschijnt er een documentaire met als titel: “De natuur als leerschool”. Voor de zomer opgenomen. Er spelen 4 scholen in mee, waaronder de WerfKlas.  Een film om collega leerkrachten te inspireren tot het naar buiten gaan met de kinderen.

We hebben kort geleden gedineerd met onze donateurs (vriendenkring en steunfonds). Samen met de kinderen kookten we een viergangen menu. Het was een genoeglijke avond.

En, we zijn sinds september de trotse bezitters van de kleuterruimte en de kelder daaronder. Na veel overleg hebben we die ruimtes gekocht, mede omdat er een particuliere financier is die het geld aan ons wilde lenen tegen een aantrekkelijke rente.

Nieuwsbrief mei 2010

Bijna zeven jaar WerfKlas. Je kunt zeggen we ontgroeien de eerste levensfase. Het ‘echte’ leren begint. Het duurt nog een jaar voor de eerste kinderen die hun hele schooltijd op de WerfKlas hebben doorgebracht de school vaarwel zeggen. Maar er zijn al heel wat kinderen die succesvol zijn doorgestroomd naar het middelbaar onderwijs. Over het algemeen doen ze het allemaal goed. Het is een bijzonder proces. We begeleiden de kinderen een aantal jaren heel intensief en moeten ze dan laten gaan. Soms komen ze even aanwippen. Het vanzelfsprekende contact is dan weg. Aftasten: wie ben jij, wie ben ik. Voor ons verandert er niet zoveel, voor een kind gebeurt er heel veel in een/twee jaar. Zoals een kleuter echt een ander wezen is dan een schoolkind, zo is een middelbare scholier echt anders dan een lagere schoolkind. Zou de WerfKlas ook echt anders worden?

WerfKlas
Er zijn wel veranderingen waar te nemen.  Toen we vijf jaar bestonden merkten we dat we behoefte hadden aan een stap naar buiten.  De meest zorgbehoevende jaren waren achter de rug. Inmiddels houden we de (les)ballen onder de meeste omstandigheden hoog in de lucht (behalve bij ziekte van één van ons drieën…..gelukkig komt dat heel weinig voor). Tijd om meer om ons heen te kijken. Net als met jongleren: zodra je goed kan vangen, en erop kan vertrouwen dat de bal in je handen valt kun je contact zoeken met je publiek. Vanuit een stevige basis, vrij de wereld inkijken. Om uiteindelijk te gaan wandelen., al jonglerend. Zo merken we dat de periodestof zich steeds meer kan verdiepen, we zien steeds meer de menskundige achtergrond van wat we doen. En ook de zorg voor het individuele kind wordt specifieker. Dat vraagt durf. Bijvoorbeeld als we het gevoel hebben dat een kind eerst weer zin in het leven moet krijgen. Afstappen van de orde van de dag en heel veel processen aanbieden (graan malen, kaas maken, brood bakken enzovoort) Langzaam zien we dan de zin in het leven en leren terugkomen. Of eerst het kind leren waarnemen door tast, poef en reukoefeningen aan te bieden. Want, het klinkt logisch, als je niet goed kan waarnemen leer je nooit de letters goed onderscheiden, of precies tellen. Voor een kleuter logisch, maar als zo’n kind al tien jaar is…..dat vraagt veel rust en vertrouwen. En toch wordt steeds weer duidelijk dat als de basis ontbreekt het leerproces geen doorgang kan vinden. Je kunt een boel in de hoofdjes stoppen, maar echt tot zelfstandig begrip komen is er dan niet bij.

Onze stap is om te gaan verwoorden wat we waarnemen en waarom we doen wat we doen. We proberen onze uitgangspunten helder te krijgen. We proberen om zo over het onderwijs te vertellen dat iedereen het zelf kan ervaren en als waar kan beleven. We proberen in beeld te brengen wat werkelijk belangrijk is. Dat verwoorden gaat op verschillende lagen. De wekelijkse pedagogische vergadering speelt in belangrijke rol daarin. We proberen dan naar één kind heel nauwkeurig te kijken. Wat laat het kind zien, wat wil het kind, hoe helpen we dit kind. Een andere laag is vertellen aan anderen wat we doen. Er komen vele mensen langs gedurende een jaar: reguliere leerkrachten, stagiaires, ouders, andere belangstellenden. We schrijven geregeld een stuk voor de Lerarenbrieven. Het smeden van plannen voor een nieuwe documentaire  valt hier ook onder. En een volgende laag is dat mensen die wij een grotere deskundigheid toekennen ons bevragen. Dat is ook de reden dat we in zee willen met de Academie voor Ervaringsleren. Hieruit moet ook een publicatie voortvloeien naar aanleiding van een door ons gedaan onderzoek in eigen werk. En daarboven leeft de wens om een symposium te organiseren over (gezond en zinvol) onderwijs.

Ondertussen gaat de dagelijkse praktijk natuurlijk gewoon door. Metveel plezier verzorgen we het periodeonderwijs. De kinderen zingen dat het een lieve lust is, onlangs nog op Koninginnedag om geld op te halen voor een goed doel in Tanzania. Er zijn prachtige tuintjes aangelegd in de –voormalige- gemeentetuin voor het WerfHuis. De kinderen knikkeren veel, springen touwtje, doen spelletjes, bereiden een geheime verrassing voor, wandelen met de hond, doen klusjes enzovoort. Nu we meer meisjes in de hoogste klassen hebben valt op dat er vaak wordt doorgewerkt aan de periodestof. Schriften worden mooi gemaakt bijvoorbeeld. Of handwerk wordt spontaan opgepakt. Elly, de onderwijskundestudente gaat daar wellicht uitspraken over doen na haar onderzoek. Wij zien in ieder geval door de jaren heen een groot verschil in wat meisjes en in wat jongens doen/ondernemen in het vrij initiatief.

En Florien heeft voor haar afstuderen aan de Hogeschool Helicon Pabo gefilmd. Ze onderzoekt wat kinderen leren als ze hun eigen gang mogen gaan. De beelden zijn becommentarieerd door pedagogen, ondernemers en een kunstenaar. Eind mei horen we haar bevindingen.

Kortom allemaal pogingen om woorden te vinden voor wat en hoe leren kinderen.

Leuke nieuwtjes
Onlangs kwam iemand met ons spreken over hoe we er tegenover staan als er een soortgelijk initiatief als de WerfKlas zou starten.. Soortgelijk in de zin van: werken vanuit het antroposofisch mensbeeld, het samenzijn van jong en oud, de kleinschaligheid, onderwijs op maat.  Wij vinden dat verheugend!

De nieuwe documentaire krijgt steeds meer vorm! Het storyboard is in de maak. We zijn een subsidieaanvraag aan het schrijven. En we bereiden voor hoe we naast fondsen mensen zoals u kunnen betrekken. Daarover komt zeker voor de zomer nog bericht.

Woensdag 30 juni spelen de kinderen het eindtoneelstuk: Ronja de roversdochter. De plaats is nog niet bekend, maar noteer de datum vast.

Nieuwsbrief december 2009

“Bawo wethu, ose zulwini Sidu misa, ikamalakho”

Vele weken begonnen we de ochtenden op z’n Afrikaans. Zingend, klappend, stappend en met vele instrumentjes. Als tegenhanger kwam een vader ons twee Italiaanse liederen leren. Muziek, de rode draad door het WerfKlasgebeuren. Ook in onze kleuterklas waar de kleuter nog echt kleuter mag zijn.  Maike vertelde helemaal blij te zijn dat ze verlost is van het leerlingvolgsysteem en daarmee van het afvinken van de kinderen. Waarmee niet gezegd is dat we de ontwikkeling van het kind niet bijhouden. Integendeel! Vertrouwend op onze persoonlijke waarnemingen en intuïtie bespreken we de kinderen veelvuldig. En, we leggen onze bevindingen in onze eigen woorden vast. Met veel plezier bespreken we wekelijks een kind volgens de methode van het Inlevend Waarnemen, ontwikkeld door Anne Machiel en Albert de Vries.  Ondertussen is het een levendig gebeuren in zowel de kleuterklas als in de ‘grote’ klas. 

WerfKlas
Sinds de zomervakantie hebben we de onderbouwklassen gesplitst. We groeiden ons klaslokaal uit. Met klapstoelen en krukken lukt het om er met z’n allen te zingen en te eten. Maar een tafeltje voor ieder kind gaat er echt niet meer in. AlOm huren we nu officieel. De kinderen zitten er op Tripptrapp stoelen aan hoge tafels zodat ook de vergaderingen die er ’s avonds zijn doorgang kunnen vinden. Laatst kwam onze consulent van Schilte, de schoolmeubelenfabrikant, langs en hij was helemaal enthousiast van dit concept. Zij zijn bezig om een meegroeistoel voor scholen te ontwikkelen en wij gebruiken hem al! Met veel plezier leerden de eersteklassers de beginselen van het rekenen (alle bewerkingen tot de 12, ook delen en vermenigvuldigen.) en de eerste letters. We hebben een stevige eerste klas met relatief oude kinderen. Het leren gaat dan ook als vanzelfsprekend. We merken elke keer weer dat het heerlijk is als een kind echt de tijd heeft gehad om fysiek helemaal tot ontplooiing te komen. Dat het echt schoolrijp is geworden. Met name in de vierde klas zien we dat ‘zomerkinderen’, diejong naar de eerste klas zijn gegaan, moeite krijgen om het tempo bij te benen. Dit kan op het cognitieve vlak zijn, maar ook op sociaal emotioneel gebied. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk. Maar dat weet je niet als het kind nog in de kleuterklas zit. Wij merken dat we steeds vaker aanmeldingen krijgen van jonge ‘zomerkinderen’ die op reguliere scholen vastlopen. Gelukkig mogen ze bij ons dan eerst weer een stapje terug doen in het stil zitten in hun bankjes, en een stap voorwaarts zetten in het innerlijk en uiterlijk bewegen. Ik las een stukje in de krant van een 18 jarige die reageerde op het plan om de universitaire opleidingen nog meer te verkorten. Stel je voor, in oktober 6 geworden studeer je dan af op je 21e of 22e. Hij stelde zich de vraag of de maatschappij echt zit te wachten op zulke jonge mensen, en of je dan als jongere voldoende levenservaring hebt om de verantwoordelijke functies te aanvaarden die horen bij een universitaire opleiding. En wanneer krijg je dan de tijd om dat stuk levenservaring in te halen? Als je burnout raakt?  En wat een mooie uitkomst van het promotie onderzoek van Heleen Kuiper die tot de conclusie kwam dat Vrije School scholieren, itt reguliere scholieren,gemotiveerd bleven om te blijven leren, ook als ze ouder worden. Cognitief waren ze op hun 15e een beetje achter op taal- en rekengebied, maar dat werd later ruimschoots ingehaald. “De lerende mens” daar hebben ze hun mond toch vol van in Den Haag. Blijft voor mij de vraag waarom we (lees de reguliere onderwijswereld, inclusief de bijbehorende ouders) onze kleuters dan zo vroeg willen dwingen op cognitief vlak te functioneren. Ook Ewald Vervaet zegt daar hele duidelijke dingen over. Geef het kind op het juiste moment de juiste leerstof (en dat is veel later dan nu vaak het geval is), dan gaat het leren hem veel gemakkelijker af. Dus: lekker kleuteren, veel bewegen, veel zingen, mooie dingen maken, horen, zien, ruiken, voelen, ervaren.  En in de onderbouw mag dat gewoon doorgaan. Graan malen, breien met echte wol, vilten, koken, bakken, kaas maken, chocolade proeven, stokvechten, een Kerstactie doen voor Heifer, kaarsjes trekken, gedichten schrijven, een stadswandeling maken, naar de molen, tekenen, schilderen,schoonschrijven, je rekenrecord verbeteren. Om daarna alles wat ruikend, proevend, tastend ervaren is op de bovenbouw (middelbare school) om te vormen naar zelfstandig oordelen en denken: de puber “proeft” als het ware of de gedachte, intentie, conclusie klopt. Enthousiasme en zin wekken! Mogelijkheid bieden om te metamorfoseren, stapje voor stapje. Leren is leuk! Hoera, ik mag naar school! 

Leuke nieuwtjes
In november mochten we opnieuw een groep leerkrachten/studenten ontmoeten die de opleiding: “De natuur als leerschool” doen, olv Sophie Sliepen,Hogeschool Fontyss. Zij kwamen hier hun ‘praktijkdag’ doen. Een hele enthousiaste en nieuwsgierige groep, waar we een leuke reflectie van kregen. In januari komt er weer een groep, ditmaal leerkrachten die in opleiding zijn tot gedragsspecialist. Voor hen is het bezoek aan ons onderdeel van een module over het effect van de natuur op gedrag binnen een meer langdurige opleiding. Ook olv van Sophie.

Dit schooljaar komt Elly Meijer, studente onderwijskunde aan de universiteit van Leiden, haar bacheloronderzoek bij ons doen. Ze start in januari, ze interviewde ons al wel. Erg leuk! Iemand met een heel frisse kijk en frisse vragen. Te zijner tijd horen jullie hier meer over. Daniëlle Sterrenburg heeft deze onderzoeksstage voor ons in de wacht gesleept!

We gaan meedoen aan een pilotproject:  ‘De onderzoekende leerkracht’ Het doel daarvan is: het vitaliseren en vernieuwen van het Vrijeschoolonderwijs van binnenuit, vanuit de relatie tussen leerkracht en kinderen. We zullen ieder voor zich een praktische onderzoeksvraag bedenken en daarmee aan de slag gaan, met Anne Machiel en Albert de Vries.

We willen met Erna Trouw gaan werken aan het verwoorden van onze visie, wellicht komt daar een storyboard uit zodat we echt met een nieuwe documentaire aan de slag kunnen. Dat verlangen leeft nog steeds. Ook bij Florien, die onze vorige documentaire maakte.

Daniëlle is onlangs afgestudeerd aan de opleiding tot  biografisch ouderschapsconsulent  van het Bureau Biografiek. Vanaf heden kunnen ouders/opvoeders zich aanmelden om een traject te gaan om meer verbinding, zicht en inzicht te krijgen. Wat zijn je kwaliteiten, je normen, je idealen? Waar loop je tegen aan?  Door stil te staan bij wat er speelt kan er weer beweging komen. Voor meer informatie: 06 33846623 of www.werfklas.nl

In het voorjaar starten we voor de derde maal onze succesvolle cursus: OPVOEDSTIJLEN. Aan de hand van een steeds weer terugkerende opvoedsituatie, de zogenaamde “daar gaat ‘ie weer!” zoomen we in op kwaliteit en stijl. Middels rollenspel komt daar ervaring en inzicht bij. Reageer je altijd als huismoeder? Probeer nu de onderzoeker eens! Zie voor data en aanmelding www.werfklas.nl

Nieuwsbrief juli 2009

Shalom aleichem hashalom aleichem

Nog even en het schooljaar is ten einde. De zomer begint. Sint Jan komt eraan. Is het u ook al opgevallen hoe groen het is buiten? Echt zomergroen. En de appeltjes beginnen al rood te worden tussen de bladeren. De langste dag van het jaar is geweest. Vandaag zei een leerling: ha, dan gaan we al weer naar Oud en Nieuw toe, ik verheug me op het vuurwerk. Waarop enkele ouders spontaan teksten uit het kerstspel declameerden. Midzomer, midwinter. Maar eerst: eindtoneelstuk, getuigschriften, zomervakantie! In deze nieuwsbrief kunt u lezen waar we ons de afgelopen tijd mee bezig hebben gehouden, kamp, toneel, praktijklessen voor leerkrachten en…onze cateringactiviteiten.

WerfKlas
We hebben dit jaar twee stagiaires gehad. De laatste maanden mochten we weer helemaal zelf voor de klas. Omdat het ons erg goed was bevallen om niet alle klassen samen in het lokaal te hebben hebben we ons gesplitst. De drie laagste klassen beneden, de drie hoogste klassen in de AlOm ruimte. Dat betekende dat er een groot beroep werd gedaan op het zelfstandig werken van de kinderen. Immers op het moment dat de zesde klas verteld wordt moet de vierde zelf aan de gang. En hoe doe je dat? “gewoon werken, juf” En wat is dat dan? “Je moet alles afhebben” En wat is dan alles, kan ik dat altijd goed inschatten. “het moet er goed uitzien, juf” Ja daar stem ik mee in. “de opdrachten moeten heel duidelijk zijn en op het bord staan”  En zo verzonnen de kinderen voor zichzelf de voorwaarden. Het lukte niet iedere dag. Soms was het te gezellig. Maar vaak zag het werk er goed uit. Nee, niet alles kwam af bij iedereen. En het grote voordeel was dat er per klas veel meer tijd was om de periodestof te vertellen.

We hebben ons afgelopen halfjaar ontwikkeld als cateringbedrijf! Regelmatig verzorgden de kinderen lunches voor groepen van 10 á 15 mensen. Ook bakken we twee keer per week taart voor de theeschenkerij op het land: Caetje. Omdat we er altijd iets extra’s mee verdienen moet het er mooi uitzien en lekker smaken. Echte klussen! Zinvolle werkzaamheden. Het geld dat we ermee verdienen gaat in de kamp en uitjespot. Daarom konden we dit jaar een bijzonder kamp organiseren (zie hieronder) Ook zijn we een dagje naar Amsterdam geweest om het VOC schip te bekijken en een stadswandeling te maken. Klas 6 is naar het Legermuseum in Delft geweest om een tentoonstelling over de Romeinen te bezoeken. En we hebben gezwommen en gesmeed.
Maar nu hebben we toneelperiode. Weer met z’n allen in een ruimte. Ook heel gezellig en saamhorig. We spelen een Joods verhaal: “de reis van de melodie”. Een verhaal geheel doorspekt met Jiddische en Hebreeuwse liedjes en dansen. Natuurlijk ook moppen over Sam en Moos. Een aantal ouders en kinderen vormen een heus gelegenheidsklezmerorkestje.  En U bent van harte welkom. Donderdagavond 2 juli, in De Leilinden op het Sint-Janskerkhof in Culemborg (zie eerdere mailing). We hebben 4 weken toneelperiode. En in die 4 weken zie je de kinderen groeien. Een enkeling speelt meteen de sterren van de hemel, maar een groot aantal kinderen heeft heel wat te overwinnen. “Ik ga niet met hem trouwen”, “ik doe echt geen jurk aan”. “Dat is een veel te raar dansje” ,” nóg harder zingen……”  Maar we weten: wat een trots als het eenmaal gespeeld is!

Vóór de toneelperiode zijn we drie dagen op kamp geweest in de ijzertijd. We overnachtten in het Prehistorisch Museum in Eindhoven en ervoeren hoe het was om voor Christus te leven. Een prachtige ervaring op een prachtige plek. We leerden vuurslaan met vuurslag en vuursteen, brood bakken in de leemoven, een snorrebotje maken, we sliepen op dierenhuiden en strozakken en nog veel meer. Die drie dagen waren eigenlijk te kort. Alhoewel: de kleine oogjes ook vertelden dat het tijd was voor een lange nacht in het eigen bed.

En onlangs vierden we het Sint Jansfeest op een stralende avond. Op het land, temidden van de bloemen. De grote kinderen mochten slagballen maar kwamen na een half uurtje graag snoep happen, kruiwagenrace doen, zaklopen en een broodje bakken. De zesde klassers staken het vuur aan met zelfgemaakte fakkels om er vervolgens overheen te springen. Een sprong de wereld in, op weg naar de brugklas. Deze jongens hebben 5 ½   jaar bij ons op school gezeten.  Ook wij sprongen over het vuur met juf Mirjam in ons midden. Mirjam gaat ons verlaten, helaas. Ze zei vorig jaar toe een jaar bij ons te willen werken en ze kiest er nu voor wat anders te gaan doen. Maike Hutjes zal na de zomer de kleuterklas overnemen.

Leuke nieuwtjes
In mei ontvingen we voor de tweede keer een groep leerkrachten die de opleiding:” De natuur als leerschool”  doen. Doel van de opleiding is om leerkrachten te stimuleren meer met de kinderen naar buiten te gaan. Wij gelden als een succesvolle formule en daarom komen ze hier hun praktijkdag doen. Erg leuk! Deze keer hebben we er naar gestreefd vooral dingen (voor) te doen: hoe organiseer je het naar buiten gaan, hoe bied je een activiteit aan. We gingen touwslaan. Zonder uitleg, of ruimte voor vragen. Alleen instructie en meteen doen. “pak de klos, ga twee aan twee tegenover elkaar staan..”enz. Dat zijn ze niet gewend! We kregen terug dat zij altijd heel veel uitleggen voor ze ergens aan beginnen, dat de aandacht dan weg is. Veel natuuronderwijs is een vorm van begrijpend lezen ipv ervaren en doen. Terwijl, ons inziens, kinderen in de onderbouwleeftijd nog niet teveel in hun denken moeten worden aangesproken. Eerst doen, daarna het pad terugvolgen: wat heb ik nu eigenlijk gedaan. We hoorden de plannen die deze leerkrachten hadden ontwikkeld om natuureducatie op hun school in de aandacht te brengen. Ook daar viel ons op dat er zoveel wordt bedacht en gestuurd. Er is weinig ruimte voor eigen ervaringen, alles moet verklaard, opgezocht, kortom er moet iets van “geleerd” (met het hoofd wel te verstaan, want dat is echt leren) worden. We hopen door onze werkwijze in te brengen iets in beweging te zetten.

Nieuwsbrief februari 2009

 5 jaar Werfklas! 5 jaar onderwijsvernieuwing? 5 jaar hard werken op het land. Van de rode barak naar het Werfhuis.  Van “niets”, naar een prachtig multifunctioneel pand.  Van 4 naar 29 kinderen. Van 2 naar 3 juffen. Wat willen we nog meer? Willen we nog meer? Ja, we willen echt nog meer.

WerfKlas
5 januari 2009 bestonden we op de dag af 5 jaar. Maandagochtend. Destijds knipten we een lint door en deden een kringspel. 2 kleuters en 7 onderbouwkinderen rijk waren we. We begroeven een grondsteen onder de drempel van de barak met allemaal wensen er in van ouders en kinderen. Nu trokken we met 9 kleuters en 20 onderbouwkinderen naar de boomgaard. Samen met de ouders liepen we een spiraal die inwikkelde en uitwikkelde. Als symbool voor de tijd die we nodig hebben gehad om ons helemaal te richten op onze toko en het keerpunt wat we nu voelen om ons meer op de buitenwereld te gaan richten.  Oh wonder: wat binnen was wordt nu buiten. Daarna deelt ons enig overgebleven kind van het eerste uur wenskoekjes uit. Daniëlle en ik hebben in de kerstvakantie aan iedereen gedacht en opgeschreven wat we diegene toewensen. De briefjes zitten in een opgerold koekje, het nieuwe wat zich nog niet ontvouwen heeft. Pubien gaat rond en iedereen pakt een koekje, een verrassing! Wat staat op jouw briefje? Wil je mijn briefje lezen? Ik zeg het niet hoor! Met de kinderen bespreken we ’s ochtends de hun toegevallen wens. Prachtig treffend vaak! ’s Avonds vieren we feest met de ouders en oud-ouders. We heffen het glas. Er zijn liederen gemaakt, we doen een dans. We zingen een hele tijd gouwe-ouwe. Met de kinderen zouden we gaan zwemmen die week….maar er ligt ijs! Een week lang schaatsen we dagelijks vanaf 11.00uur. Met koek en zopie. Geweldig om te zien. iedereen heeft op de schaats gestaan. Soms achter een stoel, maar ook in een lange rij achterelkaar als een treintje. De kinderen hebben ijshockey gespeeld met houten stokken en een stukje hout als puck. Ik dacht dat ik de fase van schaatsen onderbinden bij anderen achter de rug had…. Wat een feestweek!

Op een woensdagmiddag komen 15 studenten/leerkrachten in opleiding tot gedragsspecialist. Ze zijn bezig met de module: de natuur als leerschool. En wij mogen hun praktijkvoorbeeld zijn. Een erg leuke ontmoeting die van beide kanten de grondvesten doet schudden. Bij hen omdat ze bijna niet kunnen geloven dat je op onze manier onderwijs kunt geven (haal je de kerndoelen wel, kunnen de kinderen gewoon naar het voortgezet onderwijs, maar dan moeten jullie alles (di koken, paardrijden, houtbewerken, landbouw ed) kunnen, dat jullie dat doen voor zo’n salaris, hebben jullie ook nog een privé-leven?), bij ons omdat we horen dat er in elke kleuterklas op hetzelfde moment precies hetzelfde moet worden gedaan, dat je vooral niet mag afwijken want dan wordt je neergemaaid, en wat een onzin: elke week bakken, 1x is wel genoeg. De docente vertelde dat de meeste leerkrachten niet durven dromen hoe hun ideale buitenruimte (plein, tuin) er uit zou moeten zien.  Wij lieten hen zien dat je kunt waar dromen wat je wilt. Zij lieten ons zien dat het allemaal niet zo vanzelfsprekend is.

Zondagmiddag geven we een concert in een heus theater. De kinderen zongen 6 liederen in verschillende talen, in canon, meerstemmig. Myrthe speelde viool en werd begeleid door Martin. En Martin vulde het grootste deel van de middag met zijn prachtige pianospel.  Na afloop kregen we veel mooie reacties. Men was zeker ook onder de indruk van het zingen van de WerfKlaskinderen.

Nog geen week later kregen we groot inspectiebezoek, en de inspecteurs moesten natuurlijk ook even horen hoe er gezongen werd. Ook zij waren zeer onder de indruk. De inspecteur vertelde dat er op 80% van de scholen niet meer gezongen werd. De reden? Kinderen van nu kunnen niet meer zingen……….. Het inspectiebezoek/rapport was trouwens ook een cadeautje. We kregen louter positieve beoordelingen. Met name het ontwikkelen van hart en handen vond hij goed terug te zien in onze manier van lesgeven.  “Het hoofd komt bij andere scholen wel aan bod, of er moet iets erg mis zijn, maar die andere gebieden, die verdienen aandacht.”

Ter afsluiting van deze eerste weken vertoonden we de Werfklasdocumentaire nogmaals voor belangstellenden. Vooral het gesprek achteraf was mooi. We kregen een aantal prikkelende vragen die ons weer enthousiast maakten om nog beter onder woorden te brengen waarom we doen wat we doen.

Leuke nieuwtjes
We hebben een ‘groot’ inspectiebezoek achter de rug. Dat houdt in dat het didactische handelen wordt doorgelicht. ‘Leren ze wel genoeg’. We kregen op alle punten een positief antwoord. Dat was twee jaar geleden nog niet het geval. Binnenkort staat het verslag op de site van de onderwijsinspectie. Een leuke opsteker!

Nieuws dat leuk blijft Omdat we meededen met de ‘week van de fijne school’ hebben we hier gesprekken over gehad met de kinderen.

Wat maakt de WerfKlas een fijne school:
De kinderen noemden veel verschillende dingen: Omdat we zo klein zijn is er heel veel aandacht Je hoeft nooit lang op hulp te wachten Conflicten worden altijd uitgepraat Het is leuk om zoveel met de kleuters te zijn en om in de kleuterklas te mogen spelen

Periodeonderwijs is heel fijn, dan kun je je echt verbinden met de leerstof in plaats van elke uur een ander vak. En al dat heen en weer geloop van het ene lokaal naar het andere (op een vorige (jenaplan)school) werd ook als vervelend ervaren. Alle kunstzinnige en handvaardigheiddingen zijn fijn om te doen De kinderen waarderen het vrije initiatief enorm: veel buiten spelen, hutten bouwen, zwemmen, vlotvaren

Rekenen is het allerleukste! Nee, bouwperiode, nee kunstperiode, of toneel of…… Eigenlijk kwam elke periode langs als een fijne periode.

Het zingen elke dag is heerlijk, maar ook dat we veel koken en bakken en aan sport en spel doen. En dat we leuke uitjes hebben zoals het smeden bij Erik en zwemmen. Kortom alles kwam wel langs.

Het volgende gesprek ging over wanneer het fijn is om met elkaar te zijn. Daar hoorden we dingen als: het is fijn als er naar je geluisterd wordt. Het is fijn als je hulp krijgt als je iets niet kan. En ook is het fijn als je niet buitengesloten wordt maar mee mag doen. Met name het uitpraten van conflicten en moeilijkheden wordt als positief gezien. Dat niet iemand meteen de schuld krijgt maar dat het verhaal van iedereen er mag zijn. Iemand zei: op mijn vorige school kreeg je als antwoord:” hou er gewoon mee op, hier mag je vertellen wat er aan de hand is.”

En daarna ging het over is ‘kleiner fijner’? Het antwoord was volmondig ja. Ook al waren hier wat minder leeftijdgenoten. Vrienden kon je ook maken op andere plaatsen dan op