Onderwijsideeën

Uitgangspunten

HET WORDENDE KIND ALS INSPIRATIEBRON
Elk mens wil iets verwezenlijken.
Ieder kind heeft iets eigens, iets specifieks en wil dat enerzijds bijdragen, anderzijds ontwikkelen. Als leerkracht proberen wij dat eigene te ontdekken, uit te dagen en tot verschijning te laten komen.
Wat is de gave van dit kind? En wat de opgave? Wat zoekt dit kind? Waarin komt het helemaal tot zijn recht?
Wat vraagt dit kind aan mij? Wat kan ik doen opdat dit kind zich helemaal kan verbinden? Hoe kan ik nog meer uitnodigen, stimuleren enerzijds, anderzijds terughouden en respecteren?

martinOPVOEDING IS ZELFOPVOEDING
Als volwassene ben je een voorbeeld. Een kind neemt waar hoe jij ten diepste bent.
Als volwassene leef je voor hoe je je met de wereld kunt verbinden. De intentie hebben, proberen om de dingen met aandacht te doen, om je helemaal te richten op waar je mee bezig bent, op wat je vertelt, op wat je doet, werkt opvoedend.
Wie ben ik als leerkracht? Kan ik waarnemen en sturen wat er in mij omgaat? Kan ik stemmingen oproepen die passend zijn bij het onderwerp dat ik behandel en daarin bewegen? Humor maakt dat we uitademen en ons met de omgeving verbinden, tragiek maakt dat we inademen en ons met onszelf verbinden. Door als leerkracht inlevend met de werkelijkheid om te gaan, leert de kinderziel ook dit ‘ademen’, waardoor de werkelijkheid als wezenlijk, als levend kan worden ervaren.

PEDAGOGIE IS EEN KUNST
Als schilder is het ontoereikend om alles over kleuren en vormen te weten. Het schilderen zelf moet beoefend worden om waarlijk kunstenaar te zijn. Voor de pedagoog geldt hetzelfde: niet de pedagogische richtlijnen of inzichten maken hem tot een goede leekracht, maar het samenwerken met de kinderen zelf geeft de nodige leerstof en ervaring die nodig is om op te kunnen voeden of les te kunnen geven en om een levend begrip te krijgen van het wezen van een zich ontwikkelend kind.

HET ONDERWIJS MOET LEVEND ZIJN
De leerkracht vertelt vrij en beeldend over een onderwerp waarin hij zich heeft verdiept/wat aan de orde dient te komen. De leerkracht brengt de natuur, rekenen, taal, geschiedenis, aardrijkskunde en het menselijk handelen tot leven. Door zijn enthousiasme en interesse enthousiasmeert hij de kinderen.
Als de situatie waar is, natuurlijk, levend, en je sluit daarop aan, dan brengt dat enthousiasme, zin en ondernemerschap. Als je aansluit bij de verbinding die het kind al heeft, dan breng je nog meer verbinding en vreugde.

ZINVOL LEREN  OLYMPUS DIGITAL CAMERA  DSC02377   DSC03185
Als je met plezier iets doet ontstaat er een gezonde levensenergie. Schrijf je een beeldend verhaal of een beschouwend stuk over wat de leerkracht vertelde? Teken je, schilder je of boetseer je iets wat met de lesstof te maken heeft of maak je een mindmap? Doe je eerst de minsommen en dan de keersommen of liever andersom? Welke klus kies je, waar heb je zin in? Het geheel is niet vrijblijvend. Sommige dingen moet je oefenen, maar zoeken naar een plezierige manier helpt daarbij.

LEERSTOF ALS ONTWIKKELINGSSTOF
Als je aansluit bij waar het kind van binnen is, ondersteun je het kind in zijn ontwikkeling. Een kind van een jaar of negen begint meer afstand te krijgen van zijn omgeving. Het gaat beseffen dat het er niet meer vanzelfsprekend deel van uitmaakt. Op dat moment de omgeving in kaart gaan brengen en plattegronden leren maken, werkt ondersteunend, geeft houvast. Het juiste op het juiste moment aanbieden.

DSC02514    DSC01312                                                                             JONG EN OUD, GEEFT VERLANGEN EN VERTROUWEN
Doordat oudere kinderen jongere kinderen om zich heen hebben, worden ze zich bewust van ontwikkelingsprocessen. Ze zien dat zij, als ouder kind, al stappen hebben genomen die het jongere kind nog niet heeft gezet. Vanuit zin een jonger kind helpen geeft veel vertrouwen in en bevestiging van het eigen vermogen.
Andersom zien jonge kinderen wat oudere kinderen al kunnen en zij nog niet, hetgeen verlangen wekt en zicht geeft op ontwikkeling.

KLEINSCHALIG, ELKAAR KENNEN
Doordat we kleinschalig zijn, zijn we flexibel, kunnen we veel, komen we snel in beweging, zijn we persoonlijk, kennen we elkaar.

DSC04660   DSC04334   DSC01932 DSC01806  DSC02381  DSC03807

ECHTE DINGEN DOEN
Appels plukken, sap persen, taarten bakken, verkopen. Klusjes doen, zingen op Koninginnedag voor een project in Afrika waar een moeder naartoe is geweest en de kinderen over verteld heeft. Op het land werken, zaaien, wieden, oogsten. Groentepakketten rondbrengen in de wijk. Lunches verzorgen op vraag van een bedrijf in de buurt. Taarten bakken op bestelling, of borrelhapjes maken,..

EIGEN ERVARING OPDOEN
Kinderen moeten zoveel mogelijk hun eigen ervaring op kunnen doen. Als je een kind veel ruimte voor praktisch handelen geeft, komt het zelf tot inzicht. Bovendien ontstaat er vreugde wanneer een kind vanuit het praktische, concrete handelen zelf de abstractie mag ontdekken.

 

De WerfKlas zoekt een evenwicht tussen de leerkracht die bepaalt en de kinderen die zelf initiatieven ontwikkelen. Ons inziens is beiden belangrijk. Als leerkracht leef je voor en heb je de verantwoordelijkheid over het leerproces van de kinderen. Maar kinderen moeten ook de ruimte krijgen om op zichzelf af te stemmen. De intrinsieke motivatie zoeken. Die zoeken wij ook als leerkracht.

In de ochtenden geven de leerkrachten les (themagewijs zullen we ons dan gedurende enkele weken met iets van de wereld uiteenzetten). In de middag gaan we in op eigen initiatieven van de kinderen.

Kinderen vragen zich dingen af, verwonderen zich over de wereld. Met die vragen willen wij aan de slag. Zoals op een werf gewerkt wordt, zo willen wij werken aan het mens-worden op aarde. Door ons met de wereld bezig te houden, gebeurt er van alles, verandert er van alles. Kinderen dragen daar levendig bij, hebben nieuwe ideeën, en leren ondertussen veel, nemen de dingen diep in zich op.