VRAAG & ANTWOORD

VRAAG & ANTWOORD

Leert het kind lezen en schrijven?
JA Onlangs stond in een tijdschrift een artikel over mensen die pas leerden lezen toen ze kleinkinderen hadden, gewoon omdat het er nooit eerder van was gekomen. Zij beschreven hoeveel pijn ze hadden geleden aan hun analfabetisme. Ze beleefden het als een handicap. Het gaat er echter niet zozeer om dat kinderen leren lezen (want dat ze dat moeten is evident), het gaat veel meer om het hoe. Want ga eens eerlijk bij jezelf na, wanneer werd het leuk om te kunnen lezen? Of is het dat helemaal nooit geworden? Sommige kinderen kunnen heel snel lezen en genieten van alle boeken, maakt niet uit, als het maar letters zijn. Maar feitelijk zijn de boekjes de eerste jaren erg kinderachtig en saai. Veel kinderen gaan pas met plezier lezen als ze Harry Potter aankunnen. En wie weet is voor die kinderen de wil om HP te lezen wel zo groot dat ze pas dan zelf de motivatie kunnen opbrengen. Was het nodig om zich al die jaren door dat saaie werk heen te worstelen? Of had dat nu, met motivatie, veel sneller gekund?

Hoe is de aansluiting met de middelbare school?
Beide leerkrachten hebben beide inmiddels 16 jaar (alle leeftijden) Vrije School ervaring en weten dus welke stof de kinderen in principe gehad moeten hebben willen ze door kunnen naar een middelbare school. Dat is één. Iets anders is dat middelbare scholen meestal toetsresultaten willen zien van het kind. Dat kan, als we dat zo inrichten. Daar bereiden we het kind dan ook op voor. Ook op hoe het er aan toe gaat op een middelbare school. In Nederland zijn meerdere particuliere initiatieven. Van één van hen weten we dat je ook gewoon in gesprek kunt gaan met de mensen van de middelbare school en samen af kan stemmen hoe de overdracht het beste plaats kan vinden.

We horen terug dat de kinderen die van de werfKls komen sociaal zijn, veel kunstzinnige vaardigheden bezitten en gemotiveerd zijn.

Hoe ga je om met dyslectie?
Wat is dyslectie eigenlijk, is een vraag die daaraan vooraf gaat. Boeken vol zijn erover geschreven. Een interessant onderwerp. Wat opvalt is dat dyslectische kinderen vaak kinderen zijn die heel sterk in beelden denken. Ze zien dingen meteen levendig voor zich. Bijvoorbeeld het woord ‘boom’, dat zien zij direct voor zich, levensecht. Zo mogelijk klimmen ze er al in, of zien ze er een eekhoorntje dat een ander achterna zit en zwaait van tak tot tak. Een vogel die voorbijvliegt als je niet oppast gaat dat beeld met ze op de loop en gaan ze er zo in op dat ze uit het hier en nu verdwijnen. Leren met beelden om te gaan is belangrijk; niet het beeld is de baas, maar jij bent de baas. Aan de andere kant hebben dyslectici leegte bij abstracte woorden als ‘zoiets’ of ‘de’. Als iets ze niks zegt, verschijnt er geen beeld en gaan ze alles proberen om dat wel te laten verschijnen. De letters worden gedraaid, allerlei mogelijke betekenissen gezocht, maar niet gevonden. Hoe ga je daar mee om? Zoveel mogelijk via beelden toegang krijgen tot abstracties. Dat is sowieso onze pedagogie: Levende beelden aanbieden en het stapje voor stapje tot vorm, tot abstractie laten komen. Dat kan dan beklijven. Dyslectisch zijn is aan de ene kant vervelend, omdat het je heel veel moeite kost om met abstracties om te gaan. Wat je ziet is dat kinderen allerlei strategieën bedenken om met die handicap om te gaan. Daar worden ze vaak heel handig in. Aan de andere kant is dyslectie ook een gave. Namelijk om zo beeldend te kunnen denken.

Welke methode gebruiken jullie?
Geen. Dat wil zeggen, onze methode ontstaat uit de samenwerking tussen leerling en leraar. Natuurlijk is er een plan van tevoren, van wat we aan willen bieden, maar hoe en wanneer precies is mede afhankelijk van het kind. Houdt een kind erg van timmeren, waarom dan wél gaan rekenen in saaie rijtjes en niet de sommen verbinden met waar het eigenlijke enthousiasme van het kind ligt? Wanneer leer je iets als mens? Als iets je interesseert, of als degene die het brengt zoveel enthousiasme en verbinding met iets heeft, dat een onderwerp je ineens gaat interesseren. De persoonlijke betrokkenheid van de leerkracht met hetgeen hij het kind wil leren is in ieder geval van levensbelang. Hoe meer je zelf met een onderwerp worstelt om je ermee te kunnen verbinden, hoe meer het bij een kind aankomt. Wat centraal staat is de belangstelling, de wil om je te verbinden met wat er in de wereld is. Die interesse voor de wereld, als innerlijke houding, is misschien nog belangrijker om te leren, dan het geleerde zelf. Als je dat uit kant en klare voorgekauwde lessen haalt (zoals in een methodeboek), hoef je je er zelf nauwelijks meer mee te verbinden en zal het geleerde dus ook nooit echt tot leven komen.

Willen jullie uiteindelijk uitgroeien tot een grote school?
Nee, we willen in ieder geval klein beginnen en dat voorlopig ook blijven. Om meerdere redenen: Omdat het overzichtelijk en werkbaar is. Omdat we dan echt aandacht voor de kinderen kunnen hebben. Omdat duidelijk is dat we beiden verantwoording dragen. Omdat de structuur duidelijk is. Omdat er geen bureaucratie kan optreden in kleine organisaties.

Waarom gemixte leeftijden?
Aan de ene kant willen we het kind dát geven waar het innerlijk aan toe is, hetgeen mede afhankelijk is van zijn leeftijd. Aan de andere kant willen we juist een mix van leeftijden omdat dat bevruchtend werkt. In een gezin heb je dat ook, en verder in het leven. Ouderen leren van jongeren en omgekeerd. Ieder brengt zijn eigen kwaliteit in. De band die ontstaat is niet zozeer afhankelijk van leeftijd, maar veeleer van het feit of je samen dingen doet en beleeft. Wie je bent is belangrijker dan hoe oud je bent. Dat je sommige dingen op een zekere leeftijd wel kan die je daarvoor nog niet kon, is iets wat juist goed zichtbaar wordt als je verschillende leeftijden bij elkaar hebt. Dan merkt het oudere kind dat het bepaalde dingen kan die het jongere kind nog niet kan. Een zeker plezier, maar ook herkenning en vertedering kan optreden. Andersom wekt het bij een jonger kind vaak eerbied op en verlangen.