Werken op het land (2010)

Sinds 6 jaar is er in Culemborg de WerfKlas, een kleinschalig onderwijsvernieuwend schooltje, waar we werken geïnspireerd door de antroposofie. Vanaf het moment van oprichting stond vast dat we wekelijks naar het land zouden gaan met de kinderen. Ons uitgangspunt was dat dat gezondmakend is, dat het de wil opvoedt en dat het wat ons betreft belangrijk is dat de kinderen weten waar hun voedsel vandaan komt. Niet alleen waar het vandaan komt maar ook hoeveel arbeid, liefde en respect voedsel vraagt. Als nieuwe school worden en werden we regelmatig geconfronteerd met kinderen die vastlopen in het reguliere onderwijs. Meestal vanwege gedrags- en/ of motivatieproblemen. Hele drukke kinderen, of juist kinderen die weinig levenslust hebben. In de loop van de jaren merken we wat het werken op het land met de kinderen doet.

DSC01194       DSC03761We werken wekelijks, weer of geen weer, met alle kinderen op de biologische stadsboerderij in Culemborg. Ook de kleuters gaan mee. Vanaf klas 2 moeten de kinderen een klus doen, de jongere kinderen mogen altijd helpen. We lopen er heen. Op de stadsboerderij staan de boerinnen klaar met de klusjes. Zij zorgen voor een lijstje met klussen die op dat moment nodig zijn. Dat varieert natuurlijk met het seizoen: houtsnippers, compost, aarde kruien, onkruid wieden, zaaien, planten, oogsten, aardappels rooien, sorteren, snijden voor de schapen, groente schoonmaken voor de winkel, groente afwegen voor de groente pakketten, zuurkool maken, gereedschap schoonmaken. Kortom, wat je maar kunt verzinnen rondom het draaiende houden van een tuinbouwbedrijf. We proberen de kinderen te laten doen waar ze enthousiast voor zijn. En mocht je een keer een klus hebben die overblijft dan mag je de volgende keer als eerste kiezen. Zo maken de kinderen gedurende hun onderbouwtijd vele malen de hele cyclus van het jaar door. Vaak levert dat vreugde en herkenning op: ha de bonenstokken moeten gezet worden, of nee he, onkruid wieden in de aardbeienbedden of leuk: pompoenen oogsten. In de pauze is er altijd iets lekkers, vaak de dag ervoor gebakken op school door twee van de kinderen. En ook het opruimen na afloop hoort erbij. Voldaan lopen we om 13.00uur terug naar school waar twee kinderen dan soep hebben gekookt (in de winter) of reuzenpap (yoghurt met muesli en fruit) hebben gemaakt (in de zomer).

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Wat valt ons op:

-           kinderen die in de klas nauwelijks rechtop kunnen zitten werken vol enthousiasme en plezier op het land.

-          Kinderen die in de klas dromerig de les volgen, doen zeer nauwkeurig de meest zorgvragende klusjes (zaaien, kersen plukken).

-          Drukke kinderen kunnen hun energie kwijt in stoere kruiwagen klussen

-          Veel kinderen hebben een jaar nodig om helemaal te wennen.

-          Sommige kinderen blijven een hekel houden aan de donderdag vanwege kou, zwaar werk, eentonig werk, vies werk.

-          Kinderen leren verantwoordelijkheid te nemen over een klus: ‘juf, ga jij maar, we kunnen het wel alleen”.

-          Door de vele wisselende groepjes leren de kinderen elkaar door en door kennen.

-          Kleuters vinden het heerlijk om mee te helpen.

-          Er heerst een ontspannen sfeer en er wordt veel gezongen.

Wel, er gebeurt vast nog veel meer.

We zien in ieder geval blozende wangen en energieke kinderen als we eenmaal weer in de klas zijn.

En wat lijkt het allemaal ‘gewoon’. Maar twee keer per jaar krijgen we een groep leerkrachten uit het reguliere onderwijs op bezoek die een opleiding tot gedragsspecialist volgen aan Hogeschool Fontys. Daar zit een module: de “Natuur Als Leerschool” in. Diegene die die module verzorgt verzorgt ook een nascholingscursus onder dezelfde titel. De cursisten komen bij ons om te zien hoe het in de praktijk gaat: leren van/door/in de natuur. Heel praktisch blijkt dat veel leerkrachten nooit buiten komen met hun kinderen: zonde van de tijd, dat gaat ten koste van lesdoelen, waar moet je dan je rekenminuten halen. Dat horen ze van hun schoolmanagement. En ondertussen proberen ze de kinderen met veel moeite in hun bankjes te houden. Veel natuuronderwijs is een vorm van begrijpend lezen. En leren doe je alleen maar ‘gericht’. Dus liggen er schepnetjes, vergrootglazen ed klaar. Wij proberen elke keer te laten ervaren: de natuur, dat ben jezelf. Alles waar jijzelf warm voor loopt, waar jij eigen gedachten over hebt gevormd is gezondmakend voor de kinderen. De verbazing is groot als blijkt dat we nauwelijks reflecteren op wat we doen. We proberen uit te leggen dat het ons vooral om de ervaring gaat, het doen, het opvoeden van de wil, het voeden van de levensenergie. Dat dat wat ons betreft de leervoorwaarden zijn om tot begrip te komen. En dat de vreugde ligt in de herkenning: graan malen, brood bakken en dan misschien het jaar daarvoor winterrogge voor de kippen te hebben gedorst. Of dat n de plantkunde blijkt waarom de cyclus gaat zoals die gaat, terwijl ze dat dan al 7 jaar hebben mogen beleven. Of in de derde klas weten uit ervaring dat een spitvork, hooivork,mestvork, bietenvork er allemaal verschillend uitzien en dat je ze voor verschillende klussen gebruikt.

De drieslag: ervaren, oordelen, tot begrip komen, toch een wezenlijk kader voor de manier van les geven vanuit de antroposofie is voor reguliere leerkrachten nog erg onbewust.DSC03128       DSC03389Maar ze herkennen allemaal dat kale feiten in kinderhoofden stoppen niet dat resultaat oplevert dat ze graag zouden willen.

Ik wens iedereen toe de zin en de moed te vinden om veel met de kinderen buiten te zijn en zinvolle arbeid te verrichten.