Danielle Buijsman

DSC02027“Juf, ik heb een idee dat we misschien met de klas tussendoor zouden kunnen doen: zelf een maquette maken, echt op schaal enzo, dan leren we dat meteen.”                                                                         “Ik heb thuis het spel afgemaakt, mogen we dat vandaag spelen juf?” (een Harry Potter breuken-spel)

Gaan we dit jaar weer naar de Sterrewijzer?” (Is een Antroposofisch verzorgingstehuis in België, waar we twee keer met de klas naar toe zijn geweest om een project te doen met jong en oud) “Juf, mogen we straks voor Peru wat tekenen?” (We ondersteunen met de klas een project in Peru. We schrijven, tekenen en lopen geld voor ze bijeen. Er zijn zelfs kinderen die thuis toneelstukjes doen, met de opbrengst voor Peru)

Bovenstaande vragen zijn van kinderen uit mijn vorige (zesde) klas op de Vrije School in Gouda. Ze zijn gesteld in een week tijd. Het zijn vragen waar ik van hou, omdat ze rechtstreeks uit enthousiasme van de kinderen voortkomen. En de vragen zijn verbonden met de ons omringende wereld. Wanneer kinderen tot zulke vragen komen, geniet ik uitermate. Het zijn voor mij de meest wezenlijke vragen. Wezenlijk omdat ze uit de kinderen zelf komen, uit hun interesse voor de huidige wereld. Door ons met de wereld bezig te houden, gebeurt er van alles, verandert er van alles. Kinderen dragen daar levendig bij, hebben nieuwe ideeën, en leren ondertussen veel, nemen de dingen diep in zich op. Dieper dan ik soms denk dat ze doen. Bovendien kunnen kinderen dingen die niemand anders kan, omdat zij uit spontaniteit handelen en zich niet laten belemmeren door allerlei gedachten/oordelen/gewoontes.DSC03822

Het is van mij een diepe wens om zulke vragen bij kinderen op te roepen en er vervolgens mee aan de slag te gaan. Idealiter bied ik een kind iets aan, iets waar ik zelf warm voor loop, en kijk dan wat het bij het kind oproept, of ik luister naar wat een kind zelf inbrengt en richt me daar op. De jaren dat ik in Gouda werkte, probeerde ik dat ook steeds zo met mijn klas. Ik heb veel geleerd door zes jaar met dezelfde kinderen op te trekken. Toch, ik heb niet altijd kunnen doen zoals ik het zo graag zou willen, omdat er ook verwachtingen waren van ouders en afspraken binnen mijn school waar ik me aan moest houden. Dus gaf ik ook vele ‘gewone’ lessen, rekenen, taal, enzovoort. Sommige kinderen genieten daar ook van, en leren het dan. Maar ik ervaar ook, dat dat lang niet bij alle kinderen het geval is. Er zijn er die er niet warm van worden, die leren het dan ook niet, hoe vaak je het ze ook laat oefenen. Dat zijn overigens kinderen die wel heel enthousiast voor andere dingen kunnen worden. Waarom daar dan niet bij aansluiten? Rekenen en taal kom je dan vanzelf tegen. Ik sprak erover met collega’s, waaronder Annemarijke. We vonden elkaar daarin. ‘Toevallig’ kwamen zij en ik gelijk aan op de Vrije School in Gouda en ontmoetten elkaar. Ik vroeg haar met mij het initiatief voor de Werfklas te nemen en mee te komen wonen in het Werfhuis. Tot op de dag van vandaag ben ik daar blij om.

Voor mijn klas in Gouda waar ik zes jaar mee werkte, volgde ik de vierjarige dagopleiding aan de Vrije Pedagogische Academie. Daarvoor reisde ik 9 maanden rond in Zuid-Amerika en werkte een maand op een Vrije School in Cali (Colombia). Daarvoor werkte ik korte tijd met in hun ontwikkeling gestoorde kinderen, en studeerde ondertussen Nederlands aan de UvA (Universiteit van Amsterdam), hetgeen ik weinig uitdagend vond. Een jaar eerder reisde ik rond in Europa en werkte een half jaar als bakker in een engelse Camphill-gemeenschap. Onderwijl vroeg ik me af wat ik wilde leren, welke opleiding ik wilde gaan volgen. Iets met kinderen sprak me toen al aan. Zelf heb ik als kind de Vrije School genoten in Amsterdam. Ik moest er altijd drie uur per dag voor reizen. Met alle plezier! Zelfs ook op zaterdag. Dat deed ik vanaf mijn achtste. Voor die tijd zat ik op een Christelijke school in Hoorn, alwaar ik 18 maart 1971 werd geboren als jongste van drie meisjes.